Mega Mindy
Schrijver Elien mikt, werpt en verliest (soms). Ditmaal over een debat in Brussel.
‘De ouders van tegenwoordig dumpen hun kinderen bij de grootouders.’ Ik klem mijn kaken. De oude witte man - uiteraard bevestigt hij al mijn vooroordelen - gaat rustig verder op de stelling van de debatavond. In mijn hoofd gaat het licht uit. Ik voel mijn bloed koken. Ondanks alle sessies geweldloze communicatie wil ik hem een ‘djoef op zijn muil’ geven. De arme man symboliseert nu alles wat er mis is in de wereld. Ik vraag het woord.
‘Ik vind het bloedirritant als mensen tegen mij beginnen dat je toch zelf hebt gekozen voor kinderen.’ De zaal houdt zijn adem in. De facilitator die mij de microfoon geeft, een Hollander, grinnikt. Een losgeslagen moeder zorgt vast voor entertainment.
‘Waarom individualiseren we de zorg voor kinderen?’, ga ik verder. ‘It takes a village to raise a child. Het zou al veel helpen als we wat meer zorgen voor elkaar.’ Een stoel schuurt over de vloer. De facilitator neemt vakkundig de microfoon van me over. ‘Ja,’ zegt hij, ‘ik sprak voor een artikel met een familiesocioloog. Ouders van nu spenderen veel meer tijd met hun kinderen dan twee generaties geleden.’ Als een kat springt hij op het geïmproviseerde podium en gidst de zaal naar de volgende stelling. Het publiek haalt opgelucht adem en het geroezemoes vult de zaal.
Waarom is het toch zo moeilijk om de afbraak van ons sociaal netwerk duidelijk te maken? Waarom is de wereld van die man zo verschillend van de mijne? En toch ook niet. Pas sinds ik zelf kinderen heb, besef ik hoeveel gegoochel er achter een gewone dag schuilgaat. Zoals vanochtend.
Na de wekker tweemaal te snoozen, krijg ik mijn kinderen gevoed, aangekleed en op tijd op school. Thuis steek ik een vuile was in de machine. Wanneer ik de vuilniswagen hoor passeren, storm ik vliegensvlug naar buiten om mijn vuilniszak welgemikt in de kar te kieperen. Ik krijg zelfs een ‘merci’ van de vuilnisman. En dat allemaal voor negen uur ’s ochtends.
‘Ik ben Mega Mindy, Mega Mindy,
'k Ben een echte superheld,
Die elke boef op aarde velt’, galmt door mijn hoofd.
En toch, wat verlang ik naar een samenleving waar een village geen materiaal voor een debat is.